Hall of Famers Historie Vrouwenijshockey Kampioenen

Bij het schrijven van dit chapiter heb ik veelvuldig gebruik gemaakt van secundaire bronnen. Hoofdstuk vier uit het boek Koud Vuur van de sportjournalist Ed van Opzeeland en het Jubileumboek 50 jaar NIJB dat is geschreven door zijn collega Ton van Esch, vormen de basis voor 'De beginjaren (1938-1950)', 'Haagse Hegemonie (1951-1969)' en 'IJshockeybolwerk Brabant (1970-1976)' (Van Opzeeland 1981, NIJB/Van Esch 1984). De neiging om in verband met gebeurtenissen uit die tijd ook te kijken wat de aartsvader van de ijshockey-anekdote - Frans Henrichs - daarover wist te melden, heb ik niet vaak kunnen weerstaan (Henrichs 1967 en 1973). Wie dat doet valt overigens meteen op dat ook Van Opzeeland en Van Esch hem zeker schatplichtig zijn. Voor de periode vanaf 1964 maak ik dankbaar gebruik van IJshockeyboek Nederland, 1e (Ere) Divisie 1964 tot 1998 van Udo Reinold. Voor de ijshockeyliefhebber bevat dat boek een schat aan informatie. Tot aan 1998 zijn alle wedstrijduitslagen en eindstanden van de competities op het hoogste niveau terug te vinden en voor de periode 1998-2003 is inmiddels een bijlage verschenen om het geheel up to date te houden (Reinold 1998 en 2003). Op basis van talrijke interviews met spelers, bestuurders en andere direct betrokkenen, vertelt Reinold tot in detail het verloop van geschiedenis van de competitie in Nederland. Ook de statistieken die Jan Kerkhof vanaf het seizoen 1991-1992 heeft bijgehouden, heb ik veelvuldig geraadpleegd. Vanaf het seizoen 1974-1975 ben ik zelf ervaringsdeskundige. In dat seizoen debuteerde ik als 15-jarig jochie met Orwo Amsterdam uit in Groningen. Twee seizoenen later werd ik international. Tien seizoenen bleef ik Amsterdam trouw, daarna speelde ik in Zweden en nog weer wat later in Heerenveen, Rotterdam en Utrecht. Voor Nederland kwam ik tot 198 interlands. In 1993 vond ik het allemaal mooi geweest. Op dat moment kon ik niet bevroeden dat ik twee jaar later voor de ijshockeybond zou gaan werken. En ook hetgeen ik vanuit die positie heb meegemaakt, zal zo zijn weg naar mijn geschiedschrijving hebben gevonden.

Henk Hille / NIJB Zoetermeer, november 2004

Literatuur

Bruck, H., 1938, IJs-hockey, Hilversum: N.V. Brand's uitg.-bedrijf.
Casteels, J., 1995, 90 Jaar IJshockey in Belgi√ę, eigen beheer.
Henrichs, F., 1967, IJshockey, Amsterdam: Uitgeverij J.F. Duwaer & Zonen.
Henrichs, F., 1973, Frans Henrichs over ijshockey, Het spel van puck en stick, Zwolle: La Revière & Voorhoeve.
Nederlandse IJshockey Bond / Esch, T. van, 1984, Jubileumboek 50 jaar NIJB, Amsterdam: Veko Verkaart.*
Opzeeland, E. van, 1981, Koud Vuur, Utrecht/Antwerpen: Het Spectrum.
Reinold, U., 1998, IJshockeyboek Nederland, 1e (Ere) Divisie 1964 tot 1998, 1998, eigen beheer.
Reinold, U., 2003, IJshockeyboek Nederland, 1e (Ere) Divisie bijlage 1998-2003, eigen beheer.

* Van Esch staat niet op de kaft of het titelblad vermeld, maar in het voorwoord van de toenmalige NIJB-voorzitter Fred Schweers wordt hij genoemd als de auteur die samen met de toenmalige NIJB-directeur Joop van Rijswijk het boek heeft samengesteld.